Zilveren Beer voor Emin Alper op de Berlinale: een politiek moment dat de grenzen van cinema verleg

Gepubliceerd op 22 februari 2026 om 01:30

Geschreven door: Levent Fehmi Mehmed

 

 

 

 

 

 

De uitreiking van de Zilveren Beer – Grote Prijs van de Jury tijdens de 76e editie van het Berlin International Film Festival markeerde dit jaar meer dan een artistieke bekroning. Met de onderscheiding voor de Turkse regisseur Emin Alper kreeg het festival een moment dat de veranderende rol van cinema in het Europese publieke debat scherp zichtbaar maakte. Zijn toespraak op het podium werd niet louter een dankwoord, maar een duidelijke politieke interventie binnen een culturele ruimte die steeds minder afstand neemt van maatschappelijke realiteit.


 

De Berlinale heeft historisch gezien een uitgesproken politieke identiteit. In tegenstelling tot festivals die zich voornamelijk op glamour of industrie richten, positioneert Berlijn zich al decennialang als een plek waar film en samenleving elkaar ontmoeten. De huidige internationale context — gekenmerkt door oorlogen, democratische spanningen en discussies over vrijheid van expressie — gaf deze editie een extra lading. Tegen die achtergrond kreeg Alpers speech een symbolische betekenis die verder reikte dan de film zelf.

 

 


In zijn toespraak sprak de regisseur over solidariteit, vrijheid en de verantwoordelijkheid van kunstenaars om niet te zwijgen wanneer maatschappelijke crises zich verdiepen. Daarmee raakte hij aan een vraag die de culturele sector al jaren bezighoudt: kan kunst nog neutraal blijven in een wereld waarin politieke en humanitaire conflicten steeds zichtbaarder worden? Het antwoord dat vanuit het podium van de Berlinale klonk, was duidelijk. Voor een groeiend aantal filmmakers is stilzwijgen geen optie meer.

 

 

 

Wat opvalt, is dat de politisering van filmfestivals niet langer een uitzondering vormt, maar steeds meer de norm lijkt te worden. Regisseurs, acteurs en juryleden gebruiken hun zichtbaarheid om posities in te nemen over thema’s die vroeger buiten de ceremonie werden gehouden. Dit wijst op een bredere verschuiving binnen de Europese cultuursector: kunstinstellingen bewegen weg van het idee van neutraliteit en erkennen steeds vaker hun rol als publieke fora waar maatschappelijke discussies plaatsvinden.

 

 

 

De erkenning voor Emin Alper past eveneens binnen een bredere ontwikkeling waarin Turkse cinema internationaal opnieuw sterk zichtbaar is. Films die sociale en politieke spanningen onderzoeken, vinden op Europese festivals een publiek dat niet alleen naar esthetiek zoekt, maar ook naar reflectie en context. De prijs kan daarom worden gelezen als een bevestiging dat cinema uit regio’s met complexe politieke realiteiten een belangrijke plaats blijft innemen binnen het mondiale filmcircuit.

 

 

 

De kern van dit moment ligt echter niet uitsluitend in de prijs zelf. Wat in Berlijn gebeurde, toont aan dat film vandaag meer is dan narratief of visuele kunst. Cinema functioneert steeds nadrukkelijker als een publieke taal — een ruimte waarin kunstenaars reageren op de werkelijkheid en waarin festivals veranderen in arena’s van debat en betekenisgeving. De toespraak van Emin Alper maakte dat zichtbaar: niet als provocatie, maar als een teken van een sector die haar maatschappelijke rol opnieuw definieert.


 

De Berlinale van dit jaar laat daarmee een duidelijke conclusie achter. De vraag is niet langer of kunst politiek is, maar hoe zij haar politieke verantwoordelijkheid vormgeeft. In dat opzicht was het moment van Emin Alper geen voetnoot in het festivalprogramma, maar een markering van de richting waarin Europese cinema zich beweegt.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.